Het is grappig om te zien wat een wolkbreuk met mensen doet.
Neem nou de twee meisjes op het fietspad. Ze giechelen, zwabberen en steken hun handen in de lucht. Ze blazen druppels van hun neus en lachen om elkanders kapsel. Ze dragen geen make-up, ze hebben geen belangrijke afspraak. De regen is voor hen geen vijand.
De vrouw die hen, verwoed trappend, inhaalt, verkeert duidelijk in heel andere sferen. Begrijpelijk. Bij háár richt de regen flinke schade aan. Haar jas kleeft aan haar blouse. In minder dan een minuut heeft de regen haar mantelpak enkele tinten donkerder geverfd. Ze kijkt alsof ze wil schreeuwen. Haar uitgelopen mascara vormt een bizar soort accent aigu.
Mensen in de regen zijn interessant. Ongemerkt laten ze iets zien over hoe ze in het leven staan. Wie gewend is vooruit te kijken, heeft een paraplu bij zich. Wie ad hoc werkt, gaat er nu een kopen. Het vergeetachtige type zoekt tot hij een ons weegt en het knappe prinsesje wacht kleumend op Prins Paraplu.
Een paar meter verderop staat een man. Hij kijkt minzaam naar de ploeterende fietsers die langzaam doorweekt raken. Hij grijnst vilein naar de twee jongens die met hun koffer boven hun hoofd richting hun auto rennen. Hij schudt zijn enorme paraplu even extra uit over het doornatte hondje dat hem passeert. “Hij is het type dat vroeger kinderen pestte,” denk ik, “en waarschijnlijk doet hij dat nu nog.”
Het regent alsmaar harder. Het fietspad wordt een fietsbad. De straat wordt een kreek. Een omaatje met een plastic mutsje rent door een rood voetgangerslicht. Ze zou haar kunstheup uit de kom lopen, denk ik. Terwijl het aan de andere kant nét zo hard regent.
Ik kijk nog steeds naar het omaatje (ze gaat nu richting de Pestkop met de paraplu) als er achter me getoeterd wordt. Het stoplicht is alweer op groen gesprongen. Ik trek op en kom een paar meter verder weer tot stilstand. Druk kruispunt. Niet erg. Ik kijk alweer naar buiten. Een plotselinge regenbui is leuk. Zeker als het een wolkbreuk is. Ik kijk en observeer. Vanuit mijn plek midden op de weg heb ik goed zicht. De ruitenwissers zwiepen.
Zoals ik al zei, de regen laat zien hoe mensen echt zíjn.