Uit de oude doos, De Fluorbehandeling

De ellende lag meestal al klaar op het hagelwitte werkblad. Blauw voor de bovenkant, wit voor de onderkant. (Als ik het me goed herinner.) Het was een soort bitje gemaakt van piepschuim, gevuld met fluorpasta, ook wel bekend als het Allergoorste. Als ik nu meisjes met hockeybitjes zie lopen begin ik al bijna te kokhalzen.

Het bitje, dat altijd een maat te groot was, moest je mond in. Het moest óver de boven- en onderkaak zodat het Allergoorste goed kon inwerken. Voorts moest je plaatsnemen in de wachtkamer. Aafhankelijk van welke assistente er dienst had kreeg je dan een tissue of een plastic bekertje om eventueel kwijl in op te vangen.

Achteraf blijkt dat je slechts vijf minuten in de wachtkamer zat. Het leek destijds minimaal een uur en al die tijd probeerde je het kokhalzen tegen te houden. In het begin ging dat nog wel. Dan zat je stil, kaken losjes op elkaar (niet bijten!) en je las een beduimelde Donald Duck of Tina.

Maar na een tijdje ging het altijd mis. Dan ging je tóch met het bitje spelen en op je tanden bijten. Een stemmetje in je hoofd zei dat dat moest. Ook al had de tandarts het verboden.

Als de twee delen van het bit over elkaar schoven maakten ze een piepend geluid. Ondertussen voelde je dan het Allergoorste bij de achterste kiezen naar buiten glijden. Je probeerde het uit te stellen maar uiteindelijk moest je tóch een keer slikken. En dan werd het écht smerig.

Tijdens het slikken liep het Allergoorste, een combinatie van tandpasta, smurfensnot en afwasmiddel, je keel in. Dan kon je het kokhalzen echt niet meer tegenhouden en had je al je wilskracht nodig om het bitje niet op het bruine tapijt van de wachtkamer te spuwen.

Net als je dacht dat je erin zou stikken ging de gele deur naar de behandelruimte open en kwam de assistentie je halen. Het bitje mocht uit. Een uur niet eten of drinken.

Je was er weer (even) vanaf.

Leave a Reply