Tien kleine negertjes

Vrijwillige sukkel

Een vereniging met meer dan twaalfhonderd leden en slechts drie vrijwilligers om te poetsen. Dat schoot lekker op. Zeker toen er één op vakantie bleek en eentje zich afmeldde (wel met geldige reden). Toen kon ik dus alléén ten strijde trekken.

“Dan zou ik dus ook niet gaan”, zeiden de mensen om me heen. “Veel te veel werk, dit slaat nergens op.” Maar ja. De mevrouw die het geregeld had, die was óók nog op vakantie en ík wist dat ze de volgende dag de nieuwe vloer kwamen leggen. De hal, kantine en toiletten moesten stofvrij zijn. Had ik een keus? “Je hebt altijd een keus”, zei Obi-Wan Kenobi Paul wijs.

Vrijwillige sukkel

De volgende ochtend stond ik vroeg op. Natuurlijk zou ik gaan. Ook al was het in mijn eentje. En ook al maakte mij dat een vrijwillige sukkel. De kinderen mochten spelen in de grote sporthal, zíj hadden zich op deze dag verheugd. (Hoe cool was dat? Een sporthal voor jou alleen!) Daardoor werd het voor mij alweer een stuk makkelijker. We zouden gewoon gaan en ik zou wel zien hoe ver ik kwam.

Ik douchte, maakte ontbijt en pakte brood in voor de lunch. Extra ontbijtkoek, drinken, het zou hard werken worden. Ik was zo druk dat ik pas in de auto merkte dat ik helemaal was vergeten een likje verf op te doen. Niet dat ik nou altijd elke porie dichtsmeer voordat ik ‘live’ ga, maar toch, een beetje mascara en een potloodje, dat zag er wel zo wakker uit.

Pokerface

“Vinden jullie mij er vandaag raar uitzien?” vroeg ik, terwijl ik me voor het rode stoplicht snel omdraaide naar de achterhoede.

“Nee hoor”, zei Liz. “Bijna normaal.”

“Ik vind je een beetje… neutraal”, meende Annabel.

Het licht stond nog steeds op rood en ik wierp een blik in de spiegel. Mijn ene oog was een beetje ontstoken, het zag wat rood. En de craquelé onder mijn ogen werd ook elke dag erger (nog vijf dagen…). Ik vond helemaal niet dat ik er bijna normaal uitzag. En ‘neutraal’ was ook een eufemisme.

“Ik zie er niet uit”, mopperde ik tegen mijn spiegelbeeld. “Stom oog. Stom hoofd.”

Op dat moment zuchtte Lizzy diep. Ze legde haar iPod op de bank en schoof iets naar voren. “Mám”, zei ze. “Wat maakte het uit hoe je eruit ziet! Niemand ziet je. Je gaat schóónmaken! In je ééntje!"

Ja zég. Wrijf het er maar in!

6 Responses to "Tien kleine negertjes"

  • Gabrielle
    27 augustus 2013 - 09:34

    en, is het gelukt? Was er geen buurvrouw die kon helpen??

    • esther
      27 augustus 2013 - 09:38

      Het is gelukt, de meneer die het pand opende heeft geholpen en de kinderen hebben heerlijk gespeeld. Nou, ik vond t niet iets waar je ff de buurvrouw voor meenam. Moeten ze wel iets met die club hebben! En uiteraard kwamen de afzeggingen op t laatste moment!

  • Ju
    27 augustus 2013 - 14:02

    Tja, niet gaan lijkt mij dan ook geen optie.
    Maar poeh! Wat een karwei.
    Hoe lang ben je bezig geweest?

    • esther
      27 augustus 2013 - 14:06

      Drie uur, kreeg hulp ve bestuurslid 🙂

  • Tanja.h
    27 augustus 2013 - 18:49

    Dapper hoor, Miep kraak! 🙂 Dus de sporthal is weer spic en span! Wat lizzy zei, daar zat wel wat in he, het was geen feestje waar je heen ging 😉

  • Miranda
    27 augustus 2013 - 22:36

    Twaalfhonderd leden en maar 3 poetsmensen is wel weinig toch ? Wel super dat je deze klus in je uppie aandurfde !

Leave a Reply