Telefoonsnoer of wifi?

Een plaatje van een strand en een plaatje van een bal.

“Makkie! Dat wordt samen ‘strandbal’”. Een ‘vis’ en een ‘kar’? Viskar! Liz (toen 10) had het spelletje destijds vrij snel door. Bij Annabel (8) duurde het wat langer. Ik wees op een plaatje van een kampvuur en een kaartje waarop een ‘toren’ stond afgebeeld. “‘Vuur’ en ‘toren’ bij elkaar, dat wordt?” Annabel dacht na en zei: “Brand?”

Welkom in de wereld van de beelddenker.

De buurman heeft er inmiddels een naam voor. Een Annabelisme. Heerlijk toch, zo’n kind met een eigen stijl?

“Als je de politie op je dak krijgt, komen ze dan met een ladder?”

"Een 'onbekende donor'? O, dus niet Marco Borsato of zo!"

“Hoezo val je met de deur in huis? Deur zit er nog in hoor?”

Echt joh?

Met Annabel blijf je lachen. Het is fantastisch, zo creatief als zij met taal omgaat. Neem nou gisteren, we keken naar een filmpje van Geronimo Stilton. “Als u twijfelt aan de echtheid van deze DVD, neemt u dan contact op met stichting Brein”. Annabel las de zin hardop voor. “Hoezo ‘als u twijfelt aan de échtheid van deze DVD’, herhaalt ze de zin. “Het is toch een tékenfilm? Natuurlijk is dat niet echt! Dat snappen ze toch wel?!”

Zenuwen?

Later die avond lagen we samen in het grote bed. Liz was met haar vader naar de scholenmarkt. Ik had Annabel voorgelezen en op haar rug gekriebeld. “Hoe werken zenuwen?” vroeg ze opeens.

Telefoonsnoer!

“Zenuwen zijn een soort telefoonsnoeren,” legde ik uit. “Ze zorgen dat er berichten naar de hersenen gaan.” Ik vond het zelf nogal een goede vergelijking. Oké, misschien een beetje gedateerd (want Annabel vroeg meteen: “Wat is een telefoonsnoer?”) maar het idee van die boodschappen was toch duidelijk leek me.

Maar nee. Niet voor de beelddenker.

What's app?

Want nadat ik had uitgelegd wat een telefoonsnoer was, onderbrak ze me met de vraag of het niet handiger was om dat gewoon via what’s app te doen. “Joh”, je lichaam is toch geen mobiele telefoon”, zei ik. En: “Je hebt toch geen 3G in je lijf?”

Maar daar was Annabel niet van onder de indruk. “Nee”, zei ze. “Maar we hebben hier toch wifi!”

(Goed. Wifi. Kunnen mijn hersenen even naar mijn maag appen dat er (nog) geen eten komt omdat ik aan het lijnen ben?)

3 Responses to "Telefoonsnoer of wifi?"

  • Nicky
    8 januari 2015 - 13:34

    LOL! Ik zit hardop te lachen om de opmerking van Annabel over de echtheid van de dvd! Zo lief!

    Vooral mijn jongste kan ook van dat soort opmerkingen maken maar dat komt ook doordat de tweede taal die ze spreken (Japans) zo anders is in vergelijking met Nederlands. Voor mij zijn dan dingen in het Nederlands zo normaal maar voor mijn dochters ligt dat natuurlijk anders, ze nemen sommige dingen dan ook net zo letterlijk als Annabel.
    Opmerkingen als ‘kun jij even een blik om de hoek werpen?’ (huh welk blik?) en ‘zo jij hebt een gat in de dag geslapen’ (waar zit dat gat dan in?) hebben hier al heel wat wenkbrauwen omhoog doen gaan 😉

  • Tanja
    8 januari 2015 - 21:52

    Als je veel dingen letterlijk gaat nemen krijg je toch wel een ander beeld 🙂

  • Eline
    9 januari 2015 - 08:52

    Heerlijk 🙂

Leave a Reply