Blog Archives

Tag Archives: T-shirt

Literaire T-shirts laten zien wie je bent!

literair-shirt1Ik héb me toch weer wat leuks gezien?!

Literaire T-shirts! Ik zag ze hier bij de boekhandel op de hoek. (Maar natuurlijk kan je ze ook online bestellen!) Ik vind ze echt super. En dat wil wat zeggen, want ben ik ben altijd een zeur wat T-shirts betreft. Effen vind ik saai, plaatjes snel te druk, ik ga niet met een hoofd van een vrouw op mijn shirt lopen, zeker niet als ze knapper is dan ik. Dingen met seks daar ben ik nu echt te oud voor. En Hardrock Café Manilla, die fase heb ik ook wel gehad.

Read more

Van de pot en de rand

Zo zeg hè, wat kan een mens zich toch ontiegelijk beroerd voelen.

En dat van één enkele garnaal. Want laten we eerlijk zijn, de maïskolf, de watermeloen of de mozzarellasalade zullen het niet geweest zijn. En meer heb ik niet gegeten. Daarvoor was ik te druk met foto’s maken, kindjes op de schommel duwen en baby’s bij de barbecue weghalen.

Een garnaal dus. En ik kan je wél vertellen; die kleine zeeadder heeft flink huisgehouden. Gadverdamme, wat een ellende. Paul liet me nog uitslapen, maar evengoed kwam ik als een natte krant beneden.

Ik moet er wel erg zielig hebben uitgezien. Mijn schoonmoeder stuurde ons meteen naar huis. "Ik breng de kinderen vanavond wel terug," riep ze. En nu ben ik dus maar wat aan het bijkomen. Ik ga me zo eens aan de beschuiten wagen. Meer durf ik nog niet aan.

“Ik lust geen gonalen” zei Lizzy gisteravond toen ik haar een paar roze ridders voorschotelde.

Ik lust geen gonalen. Wat een verstandige meid is het toch.

Vakantie is leuker

“Mamma, wat is dit?”
“Dit noem je een crypte.”
“Maken ze die nooit schoon?”
“Niet zo vaak nee. Vind je het mooi?”
“Nee. Het is versleten.”

Goed. Van de cultuur moet je het, met een dreumes en een peuter, niet hebben. Maar sprookjes doen het altijd goed. Tover wat feetjes in les grottes, een prinses in het chateau en voilà, de dag kan niet meer stuk.

De nacht wel. Want zoals iedereen weet; als het donker komt, maken de elfjes plaats voor monsters. De trollen, gnomen, Lizzys en Annabelles. Gekrijs, gemopper, gezeur. De drie G’s. Hele vakanties worden er door om zeep geholpen. Annabel snurkt. Annabel smakt. Ik zie Annabel haar billen. MÁÁÁMMÁÁ-IS-ANNABEL-WAKKER? Nu wel ja.

Tijdens de tweede nacht kondigde Paul aan dat hij stante pede terug zou rijden naar Nederland. En dat was een keerpunt. Geen Opvoeding meer op de camping. Ga maar zo laat naar bed als je wilt, eet maar koekjes tot je barst. Als je ’s nachts je waffel maar houdt.

Vanaf dat moment werden ook de nachten aangenaam. Zelfs de nacht toen het noodweer kwam. Het tentje waaide weg, stoelen vlogen door de lucht en overal zag je lichtflitsen. Terwijl ik probeerde het wasrek te redden, brak de hemel en begon het te hagelen. Eén seconde later stond er een verkleumde Fransman voor mijn neus. Hij kwam ons weggewaaide tentje terugbrengen. De volgende ochtend was er geen stroom.

Maar ook zonder stroom hadden we de mooiste plek van de camping. ’s Avonds, als we backgammon speelden, keken we uit op de golfbaan. (Die later door Paul en vriend R. vakkundig om zeep werd geholpen. Echt, de beelden kunnen zó door naar de Funniest Homevideo’s.) Er gingen elke avond hamburgers op de barbecue en Annabel leerde haar eerste woordjes; ‘eten’ en ‘ijs’. Op een hyperactieve rookmelder na (die al afging als je een scheet liet), was het er perfect.

Lizzy vond een vriendinnetje. Een buurmeisje dat aanbood om schoenen te ruilen en daarmee de liefde van onze dochter won. Samen speelden ze uren in een ‘huis’ dat ze met stoepkrijt getekend hadden. Of ze gooiden met de ‘frisbier’. De ouders zaten ondertussen bij ons hamburgers te roosteren. (En het moet gezegd worden, die smaakten bijzonder goed.)

Het leukst van de vakantie vond ik de afwisseling. Het zwembad was heerlijk. (Annabel zag er zó gaaf uit met haar bruine toet, witte haar en blauwe ogen. Zij en Lizzy fladderden met hun bandjes door het water alsof ze erin geboren waren). We hebben dubbel gelegen om Lizzy. ("Niet te lang in de zon mam, dan ga je verrotten!") En halverwege de vakantie werden we óók nog eens vergezeld door vrienden. (Dat was een verhaal op zich; bij wijze van welkom hadden we hun caravan versierd. Ballonnen, rare briefjes, alles erop en eraan. Hartstikke leuk natuurlijk. Alleen bleek dat ik het nummer niet goed had onthouden. Ze zaten in een andere caravan.)

De laatste avond kwam veel te snel. De auto zat volgeladen en we zouden nog snel even eten. “Doe mij maar pizza,” riep ik, en wees op een bord met de aanbiedingen van die dag. Prompt bestelde Paul “un pizza ‘ce soir’”. Tot voorbij Parijs hebben we erom gelachen. En om te voorkomen dat we weer een paar honderd kilometer ‘lief klein konijntje heeft een vliegje op zijn neus’ moesten gaan zingen, deden we dat maar zachtjes.

Om twee uur ’s nachts dronken we een glas witte ‘Loire’-wijn op onze thuiskomst. Bah. Poststapel. Lekker. Eigen bed. Bah. Thuis. Lekker. Thuis. Wasmachine, vaatwasmachine, elektriciteitsrekeningen. Eigen WC. Bah. Lekker.

“Thuis is leuk, vakantie is leuker. Maar daarna is thuis weer leuk!” vatte Lizzy het de volgende dag treffend samen.

Morgen de foto's