Blog Archives

Tag Archives: opvoeden

Het Twaalfjarige Puber-Bestand

Read more...

Ik zong mee met een liedje op de radio – Nielson, Wat doe jij nou? – toen Annabel plots de radio op een andere zender zette. Wat doe jij nou?

“Het is echt zó awkward als jij gaat meezingen!”

Read more

BFF met je dochter?

Read more...

“Onze samenleving lijkt erop geënt alles maar leuk en vrolijk te maken voor kinderen. Die denken daardoor dat het hele leven een entertainmentcenter is. Op hen ingericht.”

Aan het woord is Liesbeth Staats (42), presentator van Brandpunt en moeder van twee zoons. De quote komt uit Kek Mama, waarin deze maand een interview met de Amsterdamse realist.

Gemediator

Ik snap Liesbeth helemaal. Ik stoor me er ook aan. Aan het feit alles zo op de kinderen gericht is. Al die aandacht, die (dure!) cadeaus en dat gemediator. Hoe moeten kinderen zo ooit leren dat ze verantwoordelijk zijn voor hun eigen daden? Dat ze moeten sparen? En dat niet de hele wereld geïnteresseerd is in hun ellenlange verhalen?

Read more

Uit de oude doos: krankzinnigheid

rp_m1nxg55cfb30.jpgBegin 2007, Annabel 1,5 Liz 3.

We zijn een nieuwe fase ingegaan.

Annabel kan staan en wij staan achter haar. We proberen te voorkomen dat ze ongelukkig valt, een beker omtrekt of een stuk huisraad opeet. Haar ‘die, die’ en ‘dat’ zijn even dwingend als duidelijk.

Weggooien

Lizzy ziet het allemaal met lede ogen aan. “Kan ze haar kop niet houden,” vraagt ze geërgerd. Voor het eerst begint ze echt de nadelen van haar zusje te zien. “Ik wil haar niet meer,” zei ze vanmorgen, “ik denk dat ik haar maar weggooi!”

Read more

Waar is Esther?

In een outlet

“Ik heb er weer een. De tranen springen vast spontaan in je ogen.”
Sms ik Paul. Hij weet meteen wat ik bedoel.

Het merk is Tricot Chic, zegt iemand dat wat? Ik schrok me namelijk de T. toen ik het bedrag op het – originele – prijskaartje zag. Mogen jullie raden.

Hoe het voelde

Ik heb me altijd afgevraagd hoe het zou voelen.

Hoe ik zou reageren. Áls het ooit zou gebeuren. Want laten we eerlijk zijn, zo groot zijn die fotootjes op mijn blog niet. En om op basis dáárvan iemand op straat te herkennen; ik kon het me niet voorstellen.

En toch gebeurde het. Zomaar; terwijl ik het niet verwachtte. Ik stond voor het stoplicht. Op de fiets, onderweg naar de stad. Lizzy achterop, Annabel voorop. We gingen een kadootje kopen voor de buurjongen; niets bijzonders.

"Hé, jij bent Esther Vuijsters! Van het digidagboek!" klonk het opeens. Ik draaide mijn hoofd, kende ik haar? "Ik reageer nooit," zei ze, "ik ben een stille genieter." Ze lachte om mijn verbaasde gezicht, "maar nu ik je hier zo ineens tegenkom wil ik het toch zeggen; je schrijft heerlijk!" Ze lachte nog even naar me, zwaaide, en toen was het voorbij.

Het voelde gek. Maar ook wel stoer!

De hel dat zijn de collegae

Als ik héél rustig aan doe, gaat het nét.

In mijn ijver om de avond te plannen, had ik één ding over het hoofd gezien. Moest vandaag natuurlijk wél weer gewoon werken. En dat viel niet mee vanochtend. Wat had ik graag nog even van de gastvrijheid van mijn bed genoten.

Maar nee. ’s Avonds een stoere meid, ’s ochtends een stoere meid. En dus zit ik nu aan een ‘medical café’ (melk en twee aspirientjes) te luisteren naar mijn lollige collegae die elkaar waarschuwen voor ontploffingsgevaar. (“Pas op, wandelende knoflookbom. En: “Zo te zien was het gezellig, zo te ruiken ook.”)

Ik kruip achter mijn computer. Mopper op mezelf dat ik tegenwoordig ook níets meer kan hebben. Een paar wijntjes en ik lig plat. Zíchtbaar plat, want camoufleren met een beetje make-up werkt ook al niet meer. “Ach, je bent ook geen twintig meer,” grapt een – uitgeslapen – collega, “vanaf je dertigste gaat het snel bergafwaarts.”

Ik grom en duik dieper weg achter mijn computer. Lul. Maar die lul heeft natuurlijk wél gelijk.

Ik word oud.