Blog Archives

Tag Archives: kind

Schattig is een foefje van de natuur!

Read more...

"Blijf nog even zo lief, zo klein. Zo baby.”

Lezers van het eerste uur zullen zich deze blogpost wellicht nog herinneren. Ik schreef het in 2006, na een uurtje ‘babyzwemmen’ met Annabel. Ik had weer genoten van de quality-time met het (toen nog) mollige baby'tje dat met naar blote lijfje in mijn armen lag, onder de warme douche van het zwembad.

Maar ja. Das war einmal.

Read more

Uit de serie ‘Doe meer met je blog’ #1 Open de discussie

Read more...

Tja. Je kunt niet de hele dag met je neus in de boeken zitten.

Dus hé, doe eens een gek, schrijf nog een blog. Moet ook wel. Beetje inkomen. Over een maand sta ik ergens een gastcollege te geven over ‘haal meer uit je blog’. Komt ze aan, sinds december inactief op d'r blog.

Practice what you preach babe!

Afijn. Het komt goed uit dat ik net nu een blog wil schrijven want ik heb jullie hulp nodig. Ik wil het ergens met jullie over hebben. En wel: over kinderen & kettingbrieven via whatsapp. Want ik weet niet hoe dat bij jullie gaat, maar ik vind ze zorgwekkend. En, verrassend: alle kinderen doen er aan mee. Niet gek, als ze ziet wat ze elkaar sturen.

Read more

Oppassen geblazen!

Read more...

Het lijkt nog maar zo kort geleden dat ik zelf een oppas in huis had.

O wacht. Het ís ook kort geleden. Maar ergens is er de afgelopen maanden iets veranderd. De kleintjes worden groot. Het is oppassen geblazen!

De nacht die je wist dat zou komen

Het begon onschuldig. Met de twee buurjongetjes van een vriendin. Maar al snel werd het oppasduo Liz & Kim vaker gevraagd. En ineens was er die avond dat ze niet op kleine kindjes, maar op een peuter en een baby gingen passen, in de stad, tot twaalf uur. “Wat doe je dan als die baby gaat huilen?” vroeg ik bezorgd. “Dat zien we dan wel weer”, antwoordde de Puber.

Read more

Volgens mij

Is er iets mis met mijn linkerbuitenspiegel.

Als een geknakt rozenknopje hangt hij zielig omlaag. “Zo, dat is een flinke klap geweest,” denk ik meteen. Automatisch check ik mijn voorruit. Goddank. Een briefje. “Ik ben tegen uw auto aangereden, wilt u contact met me opnemen?” De zijkant zit trouwens ook flink in elkaar, zie ik nu.

Ik bel het nummer op het briefje. “Ik zag de auto helemaal niet,” zegt een vrouw. “Ik reed achteruit en hij zat precies in mijn dode hoek.” Ik bedank haar voor haar eerlijkheid. We spreken af ‘s middags het schadeformulier in te vullen. Om drie uur. Bij mij thuis.

Het is drie uur. Ik wacht. Als Annabel wakker wordt, vraagt Lizzy of we naar het park gaan. “Dat kan niet,” zegt ik. “Mamma heeft een afspraak.” Het is kwart over drie. Ik bel even voor de zekerheid. Ik krijg een voicemail. Om half vier is er nog steeds niemand. Ik bel weer. Ik spreek de voicemail in. Om vijf uur word ik teruggebeld. “Sorry, ik ben de afspraak hélémaal vergeten.” Het is te laat om nog iets met de kinderen te gaan doen.

“Wees blij dat ze er tenminste een briefje bij heeft gedaan,” zegt een vriendin ’s avonds, als ik mijn beklag doe.

Blij? Ik ben helemaal niet blij. Ik ben geirriteerd.

Een Vrolijke date

“Keer om alstublieft.”

“Keer om? Hoezo? Dan kom ik niet bij de snelweg.”
“Misschien weet ze een kortere weg?”
“Echt niet, wiens stad is dit? Van mij of van die doos?”

(…)

We zijn onderweg naar een eetdate in Amsterdam. Een routeplanner moet de gebruikelijke Aaaargh-10-stress dit keer voorkomen. Nadat ik bijna de bocht uitvlieg omdat ik ondertussen aan het apparaat zit te prutsen, krijg ik een knopjesverbod van vriendin N. Gelukkig geeft het display al snel de juiste bestemming aan. We rijden inmiddels op de Aaaargh1.

“Indien mogelijk, keer om.”

“Nog steeds? Heb je per ongeluk de verkeerde bestemming ingevoerd, N.? Dat ze ons nu naar huis wil hebben of zo?”
“Nee. Misschien denkt ze dat we over de Aaaargh27 moeten?”
“Zo dom zal ze toch niet zijn? Alhoewel, het is wel een vrouw. Ik geloof dat ik toch meer vertrouwen in de aanwijzingen zou hebben, als ik een mannenstem zou horen.”

Tot aan de ring blijft ze ons bij elke afrit de snelweg afpushen. Pas als we daadwerkelijk de ring verlaten (“Nou, laten we maar eens doen wat ze zegt dan.”) pikt ze ons weer op. We volgen de aanwijzigen en rijden zonder problemen naar de – bijzonder krappe – parkeergarage. (Vriendin N.: “Kunnen ze er niet een speciale inparkeermodule voor vrouwen bijleveren?”)

Tijdens het Vrolijke etentje verwonderen vriendin N. en ik ons nog steeds over het rare routesysteem. “Een vrouw met een Limburgs accent, die ons door Amsterdam loodst,” denkt N. hardop, “dat slaat natuurlijk ook nergens op. Ze zouden op zijn minst het accent aan de plaats kunnen aanpassen.“Keik ûit! in Den Haag", roept iemand. “Goat hier bij Uttereg regsáááf” klinkt het twee stoelen verder.

(...)

“Keer om alstublieft.”

Het is inmiddels tegen tweeen en we zijn op de terugweg. Weer worden we de hele Aaargh10 en Aaargh1 lastiggevallen met dwingende verzoeken om om te keren en/of af te slaan. “Het lijkt wel of ze een hekel heeft aan de snelweg.” roept N. “Rijden we soms achteruit zonder dat we het weten?” opper ik.

“Dat routeding deed heel raar op de snelweg,” zeg ik, als ik tegen drieën mijn bed inrol. “O ja,” mompelt Paul slaperig, “ik heb in de spits gereden. Hij staat op snelweg vermijden.”

De hel dat zijn de collegae

Als ik héél rustig aan doe, gaat het nét.

In mijn ijver om de avond te plannen, had ik één ding over het hoofd gezien. Moest vandaag natuurlijk wél weer gewoon werken. En dat viel niet mee vanochtend. Wat had ik graag nog even van de gastvrijheid van mijn bed genoten.

Maar nee. ’s Avonds een stoere meid, ’s ochtends een stoere meid. En dus zit ik nu aan een ‘medical café’ (melk en twee aspirientjes) te luisteren naar mijn lollige collegae die elkaar waarschuwen voor ontploffingsgevaar. (“Pas op, wandelende knoflookbom. En: “Zo te zien was het gezellig, zo te ruiken ook.”)

Ik kruip achter mijn computer. Mopper op mezelf dat ik tegenwoordig ook níets meer kan hebben. Een paar wijntjes en ik lig plat. Zíchtbaar plat, want camoufleren met een beetje make-up werkt ook al niet meer. “Ach, je bent ook geen twintig meer,” grapt een – uitgeslapen – collega, “vanaf je dertigste gaat het snel bergafwaarts.”

Ik grom en duik dieper weg achter mijn computer. Lul. Maar die lul heeft natuurlijk wél gelijk.

Ik word oud.