Blog Archives

Tag Archives: boek

In bed met … een Amersfoortse moord! Te Koop Eva Monté

Read more...

Zin in een lekkere, luchtige thriller?

Lees dan Te Koop van Eva Monté (pseudoniem van gezusters Nagelkerke, Te Koop is hun debuut). Een verhaal over een criminele makelaar dat zich afspeelt ... in mijn achtertuin.

Makelaar Richard Hoek en zijn vrouw Marlinde wonen op de Berg in Amersfoort Zuid. Zo’n honderd meter bij mij vandaan, als ik de aanwijzingen in het boek goed interpreteer. Best grappig om te bedenken dat er hier verderop een fictief echtpaar ‘woont’.

Read more

Over theemutsen, potten en halve zolen – In tegendeel

Read more...

Je hebt mutsen. En halve zolen.

Maar halve mútsen?! Nee, daar had ik nog nooit van gehoord. Tot ik Marlieke Overmeer ontmoette.

Read more

Heeft u ook oude pornoblaadjes?

Begonnen als Blog, geëindigd als (superleuk!) boek.

Vermakelijke verhalen over (gesprekken en vragen in) de boekhandel. Mensen die vragen of ze een gelezen exemplaar mogen omruilen voor een nog niet gelezen boek, die om 'oude pornoblaadjes' komen bedelen of die belangstelling hebben voor Read more

Waar is Esther?

Alleen thuis. Zonder man. Zonder kinderen.

Eerst even een stukje:

Vervolgens lekker in:

Een spookje? Nee hoor, een:

Daarna een gezonde:

Lekker languit op de:

En tenslotte helemaal alleen in het grote:

Shoperandus Esther

Met drie plastic tassen onder mijn arm kwam ik binnen.

“Wel eens een hamsterende ekster gezien?” vroeg Paul. “Moet je eens in de spiegel kijken.” Ik trok mijn neus op. “Het is heus niet allemáál roze en blingbling.” Paul keek in de tassen. “Inderdaad,” zei hij. “Zowaar een blauw T-shirtje.” “Dat is een kraamcadeautje.” "En de rest?" "Voor Lizzy en Annabel. En mij." Er klonk een zucht.

Mannen. Ze begrijpen er niets van. Het is toch véél handiger alles in één keer te kopen dan elke keer wát? En daar heb ik zo mijn adresjes voor. Dat valt in één weekend te regelen. Ik ben gewoon een uiterst efficiënt shoperetica. Afgestudeerd winkeloog. Shoperandus Esther, noemen ze me.
“Moet je dit nou zien.” Paul hield een roze spijkerrokje omhoog. “Dat is van Dolce & Gabanna,” zei ik, alsof dat alles verklaarde. “Dat is lelijk,” reageerde Paul droog. Ik snoof. “Lizzy heeft het uitgezocht. Het zijn nou eenmaal méiden.” Ik ging verder met uitpakken. “Ik heb zo’n beetje alles. Kijk gave winterjas hè?” “Mooi roze,” grinnikte Paul.

Ik stopte met uitpakken en keek op.“Zeg, ga jij volgende keer zelf maar shoppen met de meiden,” zei ik fel. “Rustig maar,” suste Paul. “Het is prachtig. En je hebt het super gedaan.

Wat mij betreft mag je promoveren.”

De glimlach van een kind

Hij is het prototype ‘enge buurtman’.

Hij is oud, hij loopt mank en hij houdt alles in de gaten. Als er iemand voor zijn huis parkeert, loopt hij naar buiten om te vragen of ze ‘lang blijven’. De plek mag niet bezet blijven, zegt hij, stel dat er een ziekenauto moet komen.

Hij woont samen met zijn zus. Die is ook eng. Ze kijkt altijd nors en ze heeft een hangend ooglid. De mensen in de buurt noemen haar ‘oogje’. Oogje houdt de stoep in de gaten. Wanneer ik langsloop staat ze altijd op. Ze tuurt en gluurt. Totdat ik mijn hand opsteek. Dan zwaait ze.

Ze wonen op een hoek. Omdat ze geen buren wensten, hebben ze het huis naast hen gekocht. Het staat nu leeg. “Dure spouwmuur,” zei Paul toen hij het hoorde. Elke avond maakt de buurtman zijn ronde. Hij inspecteert de hekken van het schoolplein, hij bekijkt geparkeerde auto’s. En hij maakt ruzie met de plaatselijke ‘hangjeugd’. Een dankbare bezigheid.

Vandaag trof ik hem op één van zijn ronden. Hij stond voor het hek en keek. Lizzy rende langs hem heen. Rechtstreeks naar het klimrek. Annabel aarzelde. Net toen ze het pleintje wilde oplopen bedacht ze zich. Ze draaide zich om en rende naar de buurtman. Vlak voor hem bleef ze staan. Ze keek omhoog, sloeg haar twee armpjes stevig om zijn benen en knuffelde hem.

De buurtman keek eerst verbaasd en lachte toen vertederd.

Even was hij gewoon een lieve opa.

Úít die knellende B.H.!

Goed nieuws! Hyperparenting is uit.

Volgens het maandblad Psychologie mogen we weer gewoon in onze gebruikelijke lethargie verzakken. Het is niet langer noodzakelijk om onze kinderen van knutselclub naar knutselclub te brengen. Allemaal onzin; niemand wordt er gelukkiger van. Moeder niet - die staat onder hoogspanning - vader niet - die voelt zich volkomen ondergeschikt aan de kinderen - en bovenal de kinderen niet. “Overstimulatie kan zelfs leiden tot faalangst,” aldus Psychologie magazine.

Kinderen zijn niet maakbaar. Het zijn geen economische modellen. Weg dus met de designverjaardagen en sculptuurtraktaties. Terug naar koekhappen en dropveters. Helemaal goed. Ik heb het artikel verslónden. Wat zeg ik? Ingelijst op de WC gehangen! Iedereen mag het weten. Gewoon negeren die kinderen, dat is het beste. Alleen dán leren ze zichzelf te vermaken en creatief te denken. En dát, beste mensen, leidt weer tot goede managers en uitstekende leidinggevenden.
Als klap op de vuurpijl komt het artikel met een spectaculaire tip: doe je dan tóch iets met je kinderen, doe dan vooral iets wat je zélf leuk vindt. Daar krijgt niet alleen het kind, maar ook jíj energie van. Ha! Wist ik natuurlijk allang, maar nu heb ik bevestiging. Meer heb ik niet nodig. Ruim baan voor moeder en dochter.

Vanavond gaan we de kroeg in!

Twee keer au!

Maandag, balansdag.

Vriendin I. (bij de oude garde ook wel bekend als Goeroe I.) ging naar het casino. Ondergetekende wist daar niets van. Vriendin I ook niet, totdat ze met haar vriend min of meer per ongeluk voor de deur stond. Vriendin I. deed daar iets. In dat casino. Ondergetekende weet niet precies wát vriendin I. daar deed, maar ze deed het blijkbaar wel goed. Ineens gingen er overal bellen rinkelen. Twee seconden later stond de floormanager erbij. Zulks is goed, of héél slecht nieuws. In het geval van vriendin I. was het gelukkig goed.

Ondergetekende las het verhaal van Vriendin I. op zondagmiddag. Net nádat ondergetekende een loodzware tafel op haar teen had laten vallen. Feitelijk zat ondergetekende, op het moment dat zij de e-mail las, met haar teen (en al blauwe nagel) in een bakje koud water. De bijtende pijn van die half afgestorven teen hield ondergetekende behoorlijk scherp.

Op dat moment kwam ondergetekende dan ook tot een ongewoon helder inzicht.

Het communisme had gefaald. Het leven was niet eerlijk.

Pluriformiteit

Het is grappig om te zien wat een wolkbreuk met mensen doet.

Neem nou de twee meisjes op het fietspad. Ze giechelen, zwabberen en steken hun handen in de lucht. Ze blazen druppels van hun neus en lachen om elkanders kapsel. Ze dragen geen make-up, ze hebben geen belangrijke afspraak. De regen is voor hen geen vijand.

De vrouw die hen, verwoed trappend, inhaalt, verkeert duidelijk in heel andere sferen. Begrijpelijk. Bij háár richt de regen flinke schade aan. Haar jas kleeft aan haar blouse. In minder dan een minuut heeft de regen haar mantelpak enkele tinten donkerder geverfd. Ze kijkt alsof ze wil schreeuwen. Haar uitgelopen mascara vormt een bizar soort accent aigu.

Mensen in de regen zijn interessant. Ongemerkt laten ze iets zien over hoe ze in het leven staan. Wie gewend is vooruit te kijken, heeft een paraplu bij zich. Wie ad hoc werkt, gaat er nu een kopen. Het vergeetachtige type zoekt tot hij een ons weegt en het knappe prinsesje wacht kleumend op Prins Paraplu.

Een paar meter verderop staat een man. Hij kijkt minzaam naar de ploeterende fietsers die langzaam doorweekt raken. Hij grijnst vilein naar de twee jongens die met hun koffer boven hun hoofd richting hun auto rennen. Hij schudt zijn enorme paraplu even extra uit over het doornatte hondje dat hem passeert. “Hij is het type dat vroeger kinderen pestte,” denk ik, “en waarschijnlijk doet hij dat nu nog.”

Het regent alsmaar harder. Het fietspad wordt een fietsbad. De straat wordt een kreek. Een omaatje met een plastic mutsje rent door een rood voetgangerslicht. Ze zou haar kunstheup uit de kom lopen, denk ik. Terwijl het aan de andere kant nét zo hard regent.

Ik kijk nog steeds naar het omaatje (ze gaat nu richting de Pestkop met de paraplu) als er achter me getoeterd wordt. Het stoplicht is alweer op groen gesprongen. Ik trek op en kom een paar meter verder weer tot stilstand. Druk kruispunt. Niet erg. Ik kijk alweer naar buiten. Een plotselinge regenbui is leuk. Zeker als het een wolkbreuk is. Ik kijk en observeer. Vanuit mijn plek midden op de weg heb ik goed zicht. De ruitenwissers zwiepen.

Zoals ik al zei, de regen laat zien hoe mensen echt zíjn.

Goede fee

Het leuke van het hebben van kinderen is dat je er zomaar een wereld bij krijgt.

Een wereld van sprookjes en dromen. Een speelgoedwereld, waar de notenkraker tot leven komt en waar prinses Pamina gered wordt door de toverfluit. Waar de muizen op tafel dansen, de kat slechts uit een glimlach bestaat, en waar het servies tot leven komt.

Een wereld van elfen. Van kabouters en dwergen. En van goede feeën. Van die échte goede feeën, die uit het niets opduiken en je zomaar verrassen met een cadeau. Of die een wens in vervulling laten gaan. Ze zijn er in alle soort en mate, die goede feeën. Blauwe feeën, groene feeën (greenfee’s), Thee-feeën en kennisfeeën.

Vooral de kennisfeeën zijn heel zeldzame feeën. Het zijn eigenlijk de enige feeën die uit de sprookjes kunnen ontsnappen. Zoals ene die op de bruiloft van mijn broer was. Dat wist ik toen nog niet hoor, dat ze een kennisfee was. Dat weet ik pas sinds gisteren.

Ze belde op dat ze een verrassing had. Voor Lizzy. Een prinsessenbal. Een rode loper. Veel glimmers en glitters. Dansen met K3. De première van de film Het Ijprinsesje. Een sprookje, zoals sprookjes voor kleine meisjes (en hun moeders) moeten zijn. Ze mocht een vriendinnetje meenemen.

Een sprookje en een goede fee. Zomaar uit het niets komen vallen.

Dat kan als je kinderen hebt.