Nee zeggen

“Weet je nog van dat doosje tic tac in mijn schooltas?”

Annabel kijkt me een beetje verdrietig aan. “Nou. Die zijn op. Allemaal.” Ik kijk mijn dochter aan. Tja. Dat heb je als je alles in één keer opeet.

Maar zo is het niet gegaan, zegt ze.

“Ik was er juist heel zuinig op”, legt ze uit. “Ik wilde er eentje aan mijn vriendje geven. Maar toen zagen de andere jongens het en iedereen wilde er een. Sommige wilden er zelfs twee!”

“Dan had je moeten zorgen dat de andere jongens het niet zagen”, zeg ik. “Of je had gewoon ‘nee’ kunnen zeggen.”

Annabel haalt haar schouders op.

“Ik durf nooit ‘nee’ te zeggen”, bekent ze. "En al helemaal niet tegen een jongen.”

Op dat moment komt Paul de kamer binnen. Hij trekt de kast open, haalt er een nieuw doosje tic tac uit en zegt streng: “hoezo durf je geen nee te zeggen tegen een jongen?”

“Nou gewoon”.

“Hier,” zegt hij. Hij drukt Annabel het volle doosje in haar hand. “Meenemen naar school en dan heel hard gaan oefenen op ‘nee-zeggen’.”

En, als Annabel hem verbaasd aankijkt: “Want dat ga je later nog héél vaak moeten zeggen!”

One Response to "Nee zeggen"

Leave a Reply