Livin’ on the Es

Als je zo mijn blogs van de afgelopen weken terugleest, zou je bijna vergeten dat ik er zelf ook nog toe doe. Maar dat is wel degelijk het geval. Ik ben er nog en ik doe er toe. (Paulien Cornelisse zou zeggen: ‘Je mag er zijn!’)

Krimpend zelfvertrouwen

Alhoewel ik wel eerlijk toegeef dat mijn zelfvertrouwen de afgelopen weken een deuk opliep - ik heb besloten dat ik de halve marathon niet ga redden, ik voed mijn kinderen niet goed op (Annabel tijdens het avondeten gisteren: ‘Ik word hier thuis achtergetrokken!’) en als klap op de vuurpijl ontving ik ook dit jaar wéér geen uitnodiging voor het Boekenbal – maar hé, ik leef en ben (relatief) gezond.

Gezond?

Dat laatste hoop ik ook te blijven dus onderga ik snavelende eendbekken (vorige week), geplette tieten (iets langer geleden) en - indien dat gevraagd wordt – ingeleverde poepzakken (toekomst). En ik let op mijn eten. Veel groenten, geen suiker en weinig of geen vlees/flexitariër. Dat laatste is niet altijd eenvoudig, met al die dieetwensen van tegenwoordig.

Gemalen botten?

Zo was ik dinsdagavond in een visrestaurant in Amsterdam. Ik was daar met een heleboel mensen voor een event. Meerdere mensen aten geen vlees én geen vis. Bij het hoofdgerecht ging dat nog goed maar bij het toetje werd het wat ingewikkeld: de cheesecake ging aan hun vega-neus voorbij. Toen iemand vroeg wat het probleem was met de cheesecake, qua vegetarisch, was het antwoord: ‘De cheesecake is gemaakt op basis van gelatine en gelatine is gemaakt van gemalen botten.’

Okeee….

Heb je het al gehoord van de cheesecake?

Vervolgens ging het gemalen-botten verhaal de hele zaal rond, want iedereen had hetzelfde toetje en er waren nogal wat vega’s. Het meisje dat de cake uitserveerde moest gelatine-verhaal het wel tien keer vertellen, waarop de gasten erover met elkaar in gesprek gingen. Aldus zongen de gemalen botten in de cheese cake de hele zaal rond. En begonnen ook de niet-vega's aan hun toetje te twijfelen...

Ik keek nog eens goed naar mijn cheesecake. Mooi geel met een stevige bodem. Geen botje te zien. Maar toch. Wilde ik wel gemalen botten eten? Het klonk eigenlijk best wel vies.

Sweet tooth

Uiteindelijk won mijn sweet tooth het van de weerstand. De cake smaakte verrukkelijk en eigenlijk denk ik dat gemalen botten gewoon heel lekker zijn. De moraal van het verhaal is dat ik blij dat ik geen vega- maar flexitariër* ben. Kan ik tenminste lekker gemalen botten eten op z’n tijd.

PS! Livin' on the Es is prima

En trouwens, het gemalen koeienogen-verhaal van vroeger weerhield me er toen ook al niet van om gewoon frikadellen te eten. Livin’ on the edge, zeg ik dan. Of zoals mijn kinderen dan roepen, als ik het weer erg met mezelf eens ben: ‘Livin’ on the Es!’

Livin' on the Es is prima. Ik mag er zijn. En nu ga ik hardlopen. Met of zonder halve marthon.

*Interessant, als je de spellingscontrole zijn gang laat gaan, maakt hij van flexitariër ‘flexi Ariër’, dat vind ik best gek. Ben je dan een blonde, blauw-ogige dame die af en toe haar haar verft? Of misschien gekleurde lenzen draagt?

Tagged ,

Leave a Reply