Kleine kechjes worden groot

Een puberkamer is zoiets als de Action.

Je gaat er naar binnen om even rond te kijken en je komt naar buiten met ondergoed, sokken, kleding, bestek, borden, een zak chips en allerlei andere onnodige troep.

Beter goed gepikt...

Ik geef het eerlijk toe, ik heb ‘m niet zelf bedacht. Hij werd doorgeappt door een vriendin. Maar dat maakt het niet minder waar. Ik ben echt blij dat Annabel op zolder slaapt, dan kan ik haar kamer het grootste deel van de tijd negeren. Want het is echt niet normaal. Er zou eigenlijk een bordje ‘alleen betreden op eigen risico’ (of: biohazard) moeten hangen.

Ikea afruimband

Liz daarentegen is de opgeruimdheid zelfde. Of de troep valt niet op, dat kan ook. In haar kamer is namelijk alles wit, dus het kan ook dat de troep een schutkleur heeft en dat ik het niet zie. Maar wat het ook is: ik zie geen troep dus ik ben tevree. (Alhoewel, zij dumpt de afwas standaard op een rieten kastje op de overloop, dat inmiddels de bijnaam ‘Ikea afruimband’ gekregen heeft. Ook niet tof.)

Hé kech!

Maar Liz brengt weer andere problemen met zich mee. Zo is het eerste feestje waarbij er een vriendin naar het ziekenhuis werd afgevoerd (teveel gedronken) een feit, vliegen de kechjes (kech = hoer en het is ‘leuk’ om elkaar met kech aan te spreken) elkaar om de haverklap in de haren (waarbij de menigte a la Lagerhuis de boel onderling staat op te jutten), hebben we blowers, schoolverlaters en pesters en weet ik niet meer wat ik nou wel of niet goed moet vinden. Kijk, dat je op je zestiende wat dingen uitprobeert, dat vind ik niet meer dan logisch, maar moet dat dan zo extreem?

De wereld zit vol clichés en pubers bewijzen voortdurend dat die er niet voor niets zijn.

Puber = cliché

Ooit zei iemand ‘kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen’ en ik ervaar nu hoe waar dat is. De wereld zit vol clichés en pubers bewijzen voortdurend dat die er niet voor niets zijn. Wat zeg ik, die pubers zijn zelf één groot cliché. Vooral niet opvallen in de menigte, vooral geen eigen identiteit hebben en als de early adaptors X doen dan zal X er wel bij horen.

Heel vaak vind ik X dan niet bepaald een goed idee.

Familie-avond

Gelukkig staan daar dan weer gezellige (en veilige) familie-avonden tegenover. Waarin we met z’n allen Sinterklaas vieren, spelletjes doen en films kijken. Toen Paul de kerstboom wilde opzetten moest hij daarmee op de meiden wachten ‘want zoiets moeten we samen doen’. Dat zijn de momenten waarop ik denk ‘dat het allemaal wel meevalt’ en de buitenwereld wel op afstand blijft.

Donkere buitenwereld

Helaas gaat zo’n avond altijd weer snel voorbij. En dan sluipt de donkere buitenwereld weer naar binnen. Het enige dat ik kan doen is proberen de vuurtoren te zijn: koers hierop en je bent op de goede weg. Knipperknipper: hier is de haven!

En dan maar hopen dat het schip niet onderweg strandt. En dat kamertroep, die Ikea afruimband en grote bek achteraf de grootste problemen blijken te zijn geweest.

Maar tot die tijd houd ik mijn hart vast.

Tagged

One Response to "Kleine kechjes worden groot"

  • Tanja
    16 december 2018 - 08:02

    Hoop doet leven, ook zo’n cliché maar wel heel waar.
    Vertrouwen op het gezonde verstand van je kinderen en een open sfeer thuis, waar alles bespreekbaar, is helpen wel.
    Maar het is voor pubers en jong volwassenen heel moeilijk hun weg te vinden, en ik vond je vergelijking met een vuurtoren en een veilige haven dan ook heel treffend.
    Gelukkig hebben mijn dochters deze fase van hun draai vinden al lang achter de rug en ik ben dankbaar dat ze er alle drie goed doorheen gekomen zijn.

Leave a Reply