Ik denk het in alle talen

Paul heeft wat met Rusland.

Voornamelijk vanwege zijn werk maar inmiddels óók vanwege ‘privé’. Want op zijn eigen, onhandige manier is hij van het land gaan houden. Een beetje zoals je gehecht raakt aan een handicapt huisdier. Of een auto met gebreken.

Rusland en de Bruder!

Regelmatig bezoekt hij de Russische Bruders, al dan niet getooid met zijn eigen oesjanka (bontmuts) en maakt hij zich druk om (schoon) moeders van lokale collega’s die spontaan dassen voor hem gaan breien (die hij dan tijdens conference calls om moet, anders zijn de comrades beledigd!).

Nee. Vind ik niet erg.

Mijn vriendinnen vragen me wel eens of ik het niet erg vind, dat mijn man – toch wel regelmatig - in de Goelag zit. Ik antwoord dan altijd ontkennend. Nee. Ik vind dat niet erg. Achter elke sterke man staat tenslotte een nog sterkere vrouw. En daarbij, hij houdt van zijn werk en ik… hou van hem.

De waarheid achter deze uiterst tolerante houding is echter niet zo zuiver. De waarheid is – ik kan er nu wel over bloggen want de wifi is meestal toch kut in Rusland dus hij leest deze blog vast niet – dat ik hem graag een beetje zie lijden.

Best wel kut

Dat zit namelijk zo. In Rusland is – behalve de wifi – best nog wel veel meer kut, als ik Paul moet geloven. De bedden, het eten, zelfs de auto’s en de wegen. En als het niet kut is, dan is klote. Behalve natuurlijk de wodka, die is oké. “Geen wonder dat die Russen zoveel drinken”, zegt Paul steevast, als hij geradbraakt weer thuiskomt.

"Dostojevski was ook al zo'n optimist. Die riep dat de mens altijd in zekere zin gedoemd is tot falen. Daarvan zou ik óók naar de fles grijpen."

En altijd als hij thuiskomt begint hij te vertellen. Hoe goed we het hier in Nederland eigenlijk hebben. Hoe fijn het is om een eigen huis te hebben, met een tuintje. En een eigen - individueel te regelen! - thermostaat. Een lekker bed (zelfs de beste hotels in de oorden waar hij vertoeft hebben ‘klote’ bedden) en goed eten. Ruimte, om te doen en te denken wat we willen. Een proper salaris, elkaar.

Ik koester me

En dan kust hij me en dan zegt hoe blij hij is dat hij weer thuis is. En ik? Ik koester me. En ik zeg, stiekem tegen mezelf, dat ik het toch maar getroffen heb. Want ik spreek dan wel geen Russisch, maar ik dénk het in alle talen.

Tevredenheid is een groot goed.

*goelag is een Russisch interneringskamp

4 Responses to "Ik denk het in alle talen"

  • Eline
    19 oktober 2014 - 14:52

    Soort ‘wake-up reizen’ gaan organiseren naar Rusland? Gat in de markt 🙂

  • Anna
    19 oktober 2014 - 20:24

    Ik houd ook van Rusland. Voelt als thuiskomen als ik daar kom. Maar alles wat Paul beschrijft is erg herkenbaar… En toch trekt het! Ben je al een keer met hem meegeweest?
    ps de schrijver heet Dostojevski 🙂

  • Esther Vuijsters
    19 oktober 2014 - 20:28

    Tikfout! (Nee echt 🙂 )
    Waarom voelt het als thuiskomen voor jou Anna? Kom je uit een van de omliggende landen?
    Ik wil heel graag een keer met hem mee, gaat hopelijk snel gebeuren.

  • Anna
    20 oktober 2014 - 14:46

    Nee hoor, ik ben op en top Hollander 🙂 Ik weet het niet, ik heb het altijd al gehad. Was als kind al gefascineerd door Rusland en wilde er altijd wonen. Ik woon nu in een (Europees) land vlakbij Rusland, waar ook veel Russen wonen. Maar zou nu niet in Rusland willen wonen, met alle politieke spanningen. Maar het blijft een fascinerend land!

Leave a Reply