De hulp, daar kan je op rekenen!

Het is reuze gezellig nu de hulp er weer is.

Al tikkend (ik) en zwabberend (zij) praten we bij, terwijl ik ondertussen Annabel help met haar huiswerk. Staartdelingen, ze vindt het maar ondingen. Toch moet ze het leren.

Staartdelingen

“Eigenlijk is het heel makkelijk”, zeg ik. “Het is gewoon een foefje.” Annabel zucht en gooit haar potlood neer. En dan schiet de hulp ons .. te hulp. “Annabel", zegt ze streng, terwijl ze de dweil uitwringt, "staartdelingen zijn heel belangrijk. Als je niet goed kunt rekenen kan je later nooit worden ... wat ik nu ben.” Hulp lacht om haar eigen goeie grap.

Ik (k)ook

De hulp, een jonge vrouw met vier kinderen, vertelt dat ze eigenlijk kok is. “Maar nu kook ik alleen nog voor mijn man en mijn kinderen.” Annabel denkt na en zegt: “Dan ben je toch een soort kok? Je kookt elke dag voor zeven personen.” “Zeven?” vraag ik. Annabel knikt. “Ze kookt voor vier kinderen. Haar man. En zichzelf.” Ik neem een slokje thee. “Bel, dat zijn zés personen.”

Radertjes

Er verschijnt een diepe denkrimpel op het voorhoofd van mijn dochter. Man. Vier kinderen. Hulp zelf. Je ziet de radartjes draaien. “O ja!” zegt ze dan. “Dat zijn er zes!”

In de war

“Precies”, zegt de hulp. “En daarom moet jij goed leren rekenen, Annabel. Dan kan je worden wat je wil en dan raak je nooit in de war tijdens het koken."

Leave a Reply