De Curlingmoeder en Dart-vader

Sinds ik ooit werd gewezen op een artikel over ‘curlingouders’, ben voortdurend bang dat ik ‘er een ben’. En dat is niet vanwege het sneue imago van die sport.

Een curlingouder – het begrip werd geïntroduceerd door de Deense psycholoog Bent Hougaard – wil alles leuk maken voor zijn of haar kind. Elk hobbeltje moet worden weggepoetst en de weg moet zo glad mogelijk zijn. Het gevolg van dit curlingoudergedrag is dat een kind niet leert omgaan met teleurstellingen en geen kans krijgt te ervaren dat ‘op je bek gaan’ niet het einde van de wereld is.

Curlingouder zijn is kut en funest voor je kind. Het is erger dan hockeymoeder, voetbalvader en badmuts-zijn bij elkaar.

Ex-juf van Liz

Ik hoorde voor het eerst over curlingouders toen de ex-juf van Liz (groep 8) me op een artikel over curlingouders wees. Dat zij mij daarop wees, vond ik achteraf eigenlijk al een beetje verontrustend. Vond zij mij een curlingouder? Was het een stille hint? Of was het gewoon omdat ze wist dat ik dol was (ben) op dit soort interessante metaforen? Ik durfde het niet te vragen.

Drie tussenjaren?!

Sindsdien word ik continue met verhalen en verwijzingen van en naar curlingouders om de oren geslagen. Dieptepunt was het artikel afgelopen weekend in het AD waar een moeder vertelt hoe haar gecurling ertoe leidde dat haar zoon inmiddels aan zijn derde tussenjaar bezig was! Derde tussenjaar! Je moet er toch niet aan denken? Ik heb al moeite met twee weken kerstvakantie!

Ik heb al moeite met twee weken kerstvakantie!

Anti-curlingoudergedrag

Het gevolg van dit alles is dat ik mezelf tegenwoordig betrap op anti-curlingoudergedrag. Ik durf mijn kinderen nergens meer heen te brengen (beetje regen word je hard van), niet meer te helpen met school (later moet je het ook zelf kunnen) en nee, je krijgt geen geld voor 'vergeten lunch' (dan heb je maar honger0.

‘Je kunt ook overdrijven’, zei een vriendin met wie ik mijn onzekerheden deelde. ‘Geen curlingouder zijn, betekent niet meteen dat je een bitch moet zijn!’

Doe ik het wel goed?

Ze heeft natuurlijk gelijk. Maar toch knaagt de onzekerheid. Heb ik het vroeger wel goed gedaan? Zijn mijn kinderen nog wel te redden of moet ik al rekening houden met minimaal twee tussenjaren per kind? Doe ik het nu wel goed met die pubers en grijp ik nou weer niet te laat in als ze wél ergens tegenaanlopen?

Dart-vader

De onzekerheid is killing en wordt met de dag erger. Ik doe mijn beklag bij Paul en vertel hem dat ik bang ben dat ik een curlingmoeder ben. Nadat hij uitgelachen is, denkt hij er serieus over na. Zo’n tien seconden. Brengen wij de kinderen naar school als het regent? Nee. Krijgen ze hier alles wat ze willen? Nee. Mogen ze alleen concrete vragen stellen over hun huiswerk? Ja.

‘Mooi’, zegt hij, ‘je bent geen curlingmoeder. En al was je het wel, ik ben de tegenhanger, ik namelijk een Dart-vader. Die doen alles uit de losse pols. Mag nu de tv aan?’

En jij? Ben jij een curlingmoeder? Of juist niet? En waarom dan wel of niet?

Tagged , , ,

One Response to "De Curlingmoeder en Dart-vader"

  • Nicky
    18 januari 2019 - 04:12

    Hier in Japan noemen we ze ‘tiger moms’ maar zijn iets anders want die focussen zich meer op om bij de kinderen zoveel mogelijk informatie en kennis in te stampen. Dat gaat behoorlijk ver en hebben echt een 40 urige werkweek aan hun kinderen met het halen en brengen naar allerlei soortje clubjes, bijlessen en samen thuis aan de keukentafel eindeloos overhoren en testen maken.

    Ik merk dat ik zelf bij mijn jongste meer een curling moeder ben dan bij de oudste. Jongste maakt er ook misbruik van doordat haar zus ook vaak een curling zus is (“ik; waarom doe je dat allemaal voor haar dat kan ze toch echt wel zelf? Oudste; Omdat ze anders boos wordt en verdrietig en ik wil haar graag blij zien”). Tsja aan mijn jongste valt dus weinig meer te redden met twee curling ‘moeders’ 😉

Leave a Reply