Make-up

BHV-er

Zo, dat zit er ook weer op.

Vanaf nu kan je gerust een hartaanval krijgen. Tenminste, als ik in de buurt ben. Je kan ook in shock raken, van je ladder stuiteren of gewoon een open botbreuk oplopen. Is allemaal géén probleem.

Iedereen kan dus gerust zijn. Want sinds vandaag ben ik officieel BHV-er, oftwel Bedrijfs Hulp Verlener. Ik heb de hele familie al stabiel gelegd. Ging allemaal hartstikke goed.

Evengoed ga ik nu even voor mezelf zorgen, (Regel één van de EHBO; zorg voor je éigen veiligheid!) want van het onderdeel Blusmiddelen heb ik flinke koppijn gekregen. (Ik stond nogal in de rook van mijn eigen gebluste brandje.)

Ik zit dus de rest van de avond op de bank.

Volgens mij

Klopt hier iets niet.

Kantoor frutti

“Graag wil ik op helikopterniveau werken.”

“Maximale reistijd: 45 minuten, inclusief file.”

“Graag zou ik doorgroeien naar het managementgebeuren.”

“En ook voor een functie in het buitenland zie ik niet tegen op.”

“Ik ben een jonge ambitieuze vrouw, die alles wil doen om haar centjes te verdienen.”

“Cursussen: afslanken.”

“Het deed hier een gecombineerde functie betreffen.”

“Partner: Ben bezig.”

Medische frutti

“Mijn zoontje is allergisch. Hij gooit steeds melk terug.”

“Door een ongeluk gebruik ik nog maar 90% van mijn hersencapaciteit.”

“Een eerste manifestatie van WPW (= bepaalde hartritmestoornis) kan een plotselinge dood zijn.

Wie vult aan uit zijn of haar eigen sector?

Kl*tedingetjes

Weet je wat ik nou zo lúllig vind?

Dat als ik een offday heb, er altijd honderdduizend van die kleine kl*tedingetjes misgaan. En dat de héle dag door. Een bak cornflakes over je broek, een lekkende beker in je tas, sleutels kwijt, dat soort geneuzel. Dat stelt toch geen zak voor? Gerommel in de marge is het. Meer niet.

Ik denk dan serieus; waarom gaat er niet gewoon één groot ding mis. Een auto die niet start, een verstopte WC, een kleine meteoor in de achtertuin. Niet echt catastrofaal, maar gewoon om genoeg flink van te balen. En dat het dan ook duidelijk is waarván je baalt.

Want dan heb je tenminste echt wat te zeiken. Als je WC verstopt is, dan is dat lullig. En dan snapt iedereen dat jede pee in de plee in hebt. En dat je naar huis moet omdat de loodgieter komt. Zelfs met een flinke vloeksessie kom je in zo’n geval nog wel weg. Als je daarentegen volkomen over de flos gaat vanwege een klemzittende koffiekandeksel, dan komt dat meteen heel gefrustreerd over.

Kortom, moederende werkers en andere arbeiders verenigt u! Ik pleit ervoor om niet elke keer één bordje te laten vallen. Dat schiet toch niet op. Gewoon zorgen dat het complete servies naar beneden klettert. De hele mieterse bende in één keer op de grond smijten.

Kan je tenminste met goed fatsoen gaan puinruimen zonder dat je wordt gehinderd door het overige servies dat in de lucht moet blijven.

En een héleboel scherven brengen vast ook een héleboel geluk.

Wij is jij!

Op de snelweg.

De zon scheen aan een blauwe hemel. Ik zag mensen in T-shirts. Op de fiets. In bootjes. Als je de met bladgoud bedekte bomen wegdacht, zou het mei kunnen zijn.

Ik was op weg naar mijn vaders verjaardag. Dikke herfst dus alweer. Was het ooit zo warm geweest op elf oktober? Nog even en het zou echt koud worden. Regen. Wind. November. En weer iets later zouden we al Sinterklaas vieren.

Mijn gedachten dwarrelden door lucht als dorre blaadjes. Ze bleven hangen op vijf december. Over Sinterklaas gesproken. “We moeten nog even dat Sinterklaasformulier van mijn werk invullen," had Paul gezegd. Al vier keer.

Ter hoogte van Almere schoot me opeens iets te binnen. Als hij me er al een paar dagen aan kon herinneren, dan had hij het natuurlijk óók allang zélf kunnen doen. Maar blijkbaar was het de bedoeling dat ik dat deed.

Een beetje verontwaardigd nam ik de afslag Lelystad. Tssssk. Wat een onzin eigenlijk. Waarom komt dat soort zaten toch zo snel bij 'de vrouw' terecht? En dan op zo'n slinkse manier.

Mánnen. En dan zeggen dat vróuwen om de hete brij heendraaien.

Shoperandus Esther

Met drie plastic tassen onder mijn arm kwam ik binnen.

“Wel eens een hamsterende ekster gezien?” vroeg Paul. “Moet je eens in de spiegel kijken.” Ik trok mijn neus op. “Het is heus niet allemáál roze en blingbling.” Paul keek in de tassen. “Inderdaad,” zei hij. “Zowaar een blauw T-shirtje.” “Dat is een kraamcadeautje.” "En de rest?" "Voor Lizzy en Annabel. En mij." Er klonk een zucht.

Mannen. Ze begrijpen er niets van. Het is toch véél handiger alles in één keer te kopen dan elke keer wát? En daar heb ik zo mijn adresjes voor. Dat valt in één weekend te regelen. Ik ben gewoon een uiterst efficiënt shoperetica. Afgestudeerd winkeloog. Shoperandus Esther, noemen ze me.
“Moet je dit nou zien.” Paul hield een roze spijkerrokje omhoog. “Dat is van Dolce & Gabanna,” zei ik, alsof dat alles verklaarde. “Dat is lelijk,” reageerde Paul droog. Ik snoof. “Lizzy heeft het uitgezocht. Het zijn nou eenmaal méiden.” Ik ging verder met uitpakken. “Ik heb zo’n beetje alles. Kijk gave winterjas hè?” “Mooi roze,” grinnikte Paul.

Ik stopte met uitpakken en keek op.“Zeg, ga jij volgende keer zelf maar shoppen met de meiden,” zei ik fel. “Rustig maar,” suste Paul. “Het is prachtig. En je hebt het super gedaan.

Wat mij betreft mag je promoveren.”

Gluren!

Hoera, het wordt herfst!

Heerlijk, het gure seizoen van het gluren! Echt, ik had Zwarte Piet kunnen zijn, zo dol ben ik ’s mans huis en haard. ‘s Avonds, als ik terugfiets van het sporten, of als ik bij een vriendin ben geweest. Dan fiets ik door het duister. Lekker in de stilte. Anoniemand op de fiets.

De huiskamers zijn goed verlicht. Als etalages op koopavond. Mensen spelen onbewust toneel, geven kijkjes in de keuken weg. Een familie aan tafel; wat eten ze laat! En kijk, die kinderen hadden natuurlijk al láng op bed moeten liggen. En die, die hebben ruzie, hun lichaamstaal verraadt een pittige discussie. God wat een bagger staat daar, dat je in zoiets kan wónen! Fantastisch, zoals de huizen zich ’s avonds binnenste buiten keren.

En het allermooiste is natuurlijk het veilige donker. Dat me beschermt als een parapluutje. Maakt me onzichtbaar. Maakt dat ik kan gluren bij de buren. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. En jíj, jij ziet míj lekker niet! Affijn, het gevoel hoef ik jullie natuurlijk verder niet uit te leggen.

Jullie gluren tenslotte (bijna) elke dag zélf.

Steen en teen klagen

Als moeder loop je regelmatig op je tenen.

Dat zou niet erg zijn, ware het niet dat de kleine vleestoetsen daardoor bijzonder kwetsbaar worden. Zo verschoof ik een tijd geleden een (loodzware) tafel. Om het apparaat in beweging te krijgen, moest ik hem iets optillen. Bij het neerzetten bleek dat ik vergeten was mijn pedalen te verplaatsen. Ik kan je verzekeren dat de piano flink vals klonk.

Langzaam werd de teen rood, blauw en geel. Een fascinerend verschijnsel wanneer je nagel ineens doorgroeit in een tot dan toe geheel onbekende kleurschakering.

Afijn, ik was net een beetje aan de rouwnagel gewend, toen het gekwetste lichaamsdeel opnieuw onder vuur kwam. Een onbekende oorzaak (drank) zorgde er gisteravond voor dat de teen nu klém kwam te zitten. Tussen de tuindeuren. Vanochtend constateerde ik dat de zwarte nagel nu wordt omlijst door een ontveld stuk vlees. “Waarom ik?” dacht ik, toen ik net met een van pijn vertrokken gezicht mijn laarzen aan trok.

En zeg nou niet dat ik ‘gewoon’ lange tenen heb.

Dat weet ik nou onderhand wel.

Tutti Frutti V

Insomma, tutti i frutti dei nuovi movimenti paroli sono molto buoni!

- "Wij kunnen goed met elkaar over de vloer."
- "Je kan er geen touw op trekken."
- "Ik ben helemaal in de kluts."
- "Van de ene klap op de andere klap."
- "Je hoeft alleen maar 1 en 2 bij elkaar op te tellen."
- "Hij heeft de klok horen fluiten."
- "Even de boel van kant maken."
- "Onbewust kinderlozen."
- "Alle hoop de grond indrukken."
- "Zelfs de regenbuien kwamen er aan toe." (Weerman RTL4)
- "Dat is niet het van je!"
- "Ergens in een donkerbruin verleden."
- "De broekriem aandraaien."
- "Het roer in eigen hand nemen."
- "Ons clubje is onwijs goed in elkaar opgespeeld."
- "Nu we alles in kannen en kruiken hebben gedaan." (Jan Smit)
- "Even kijken wat (…) in zijn schild uitvoert."

Uit cv.’s;

- "Op helikopterniveau werken."
- "Maximale reistijd 45 minuten (inclusief file)."
- "Ik zou door willen groeien naar het managementgebeuren."

De glimlach van een kind

Hij is het prototype ‘enge buurtman’.

Hij is oud, hij loopt mank en hij houdt alles in de gaten. Als er iemand voor zijn huis parkeert, loopt hij naar buiten om te vragen of ze ‘lang blijven’. De plek mag niet bezet blijven, zegt hij, stel dat er een ziekenauto moet komen.

Hij woont samen met zijn zus. Die is ook eng. Ze kijkt altijd nors en ze heeft een hangend ooglid. De mensen in de buurt noemen haar ‘oogje’. Oogje houdt de stoep in de gaten. Wanneer ik langsloop staat ze altijd op. Ze tuurt en gluurt. Totdat ik mijn hand opsteek. Dan zwaait ze.

Ze wonen op een hoek. Omdat ze geen buren wensten, hebben ze het huis naast hen gekocht. Het staat nu leeg. “Dure spouwmuur,” zei Paul toen hij het hoorde. Elke avond maakt de buurtman zijn ronde. Hij inspecteert de hekken van het schoolplein, hij bekijkt geparkeerde auto’s. En hij maakt ruzie met de plaatselijke ‘hangjeugd’. Een dankbare bezigheid.

Vandaag trof ik hem op één van zijn ronden. Hij stond voor het hek en keek. Lizzy rende langs hem heen. Rechtstreeks naar het klimrek. Annabel aarzelde. Net toen ze het pleintje wilde oplopen bedacht ze zich. Ze draaide zich om en rende naar de buurtman. Vlak voor hem bleef ze staan. Ze keek omhoog, sloeg haar twee armpjes stevig om zijn benen en knuffelde hem.

De buurtman keek eerst verbaasd en lachte toen vertederd.

Even was hij gewoon een lieve opa.